Nieuwsbrief III/2011Beste mensen, Zoals beloofd wil ik jullie graag nog het een en ander van onze reis door Ghana berichten. Saboba: Op zondag 17 juli zijn we om 5.15 uur op weg gegaan richting Tamale. Vooral vanwege onze dochter waren we van plan om te gaan vliegen maar op zaterdag hoorden we plotseling dat de vlucht vol zat. Ook op maandag was er geen mogelijkheid meer, zodat we besloten om te gaan rijden. Wel met een chauffeur. Inclusief alle pauzes en door de deels slechte wegen bereikten we Tamale rond 17 uur. Het was een zware reis en we waren blij toen we in Tamale aangekomen waren. Thomas was meegekomen om me Saboba te laten zien. Dat betekende dat we gelijk maandag ochtend weer vroeg moesten opstaan en weer de auto in. Ik was erg onder der indruk hoe het beeld van het landschap veranderde. Van Tamale tot Yendi zijn de dorpen voornamelijk islamitisch. In elk dorp was er een moskee te zien. Toen we Yendi hadden gepasseerd werden de straten steeds slechter. De geasfalteerde straat stopte en we reden op rode aarde naar Saboba. We zagen veel bosland, weide vlaktes, maar door de regentijd was het nog best groen. Tijdens de droge periode zal het er heel anders uitzien. Omdat er weinig tot geen sanitaire voorzieningen zijn grepen mijn dochter en ik de enige kans aan om even naar de wc te gaan voordat we de dorpskern van Saboba binnenreden waar we opgewacht werden door George. Hij is een van de personen die het project in Saboba begeleiden. Daarnaast kwamen nog Daniel en Prosper erbij. We werden in een kantoor begroet en het een en ander werd besproken. Tijdens het gesprek werd duidelijk dat op hun hart het kinderdagverblijf ligt. De bouw is nog niet begonnen (inmiddels is er wel een start gemaakt) terwijl de stenen er al liggen. De financiële zorg is dan ook hoog. Na het gesprek gingen we op weg naar het stuk land waar het kinderdagverblijf gebouwd zal worden. En inderdaad, de stenen lagen al klaar. In Saboba word vooral Yam verbouwd, maar we zagen o.a. ook bonen, guinee corn en een soort aubergine. Dat is dan ook de enige inkomstenbron waarvan de mensen leven. Van de kern van Saboba reden we naar een kleine dorpsgemeenschap in het district Saboba. We reden met de auto over slechte en dicht begroeide wegen en moesten zelfs een rivier doorrijden voordat we het kleine dorp bereikten. De boodschap dat we er waren deed snel de ronde. Van alle kanten kwamen voornamelijk vrouwen met baby’s en kinderen aangelopen. De mannen hadden zich al in de schaduw verzamelt. Sinds ik zelf moeder ben merk ik dat me deze beelden nog meer raken als dat al het geval was. De kinderen keken ons met grote ogen aan. Velen van hen hadden dikke hongerbuiken en met name een aantal baby’s zag er slecht uit. George vertelde wie we waren en waarom we hun dorp bezochten. Terwijl George in zijn eigen taal nog een verhaal vertelde wat ik niet verstond zag ik een stukje verder weg drie mannen achter elkaar aan rennen. Ik dacht nog: ‘oh God, wat is er nu aan de hand!’, toen later bleek dat deze drie jonge mannen achter een ‘guinea fowl’’ aanrenden. Ze kwamen naar ons toe en uiteindelijk begreep ik waarom ze het ‘guinea fowl’ hadden gevangen. Ze wilden het graag mijn dochter cadeau geven. Ik voelde diepe schaamte. Terwijl het hen aan alles ontbreekt kreeg mijn goed gevoede dochter een kip cadeau. Ook al is ze nog maar vier, had ze na een het gesprek bedacht om de ‘guinea fowl’ aan de kinderen te geven. Lief! Natuurlijk ging dat niet omdat de dorpsgemeenschap daardoor beledigd zou worden. De kip konden we ook niet meenemen naar Tamale in onze hotelkamer zodat we het dier bij George achter hebben gelaten. Graag had ik nog meer van Saboba willen zien maar we moesten ook drie uur terug rijden naar Tamale en mijn dochter had geen geduld meer. Na het bezoek in Saboba was ik diep ontroerd. Ik vroeg en vraag me nog steeds af wat we voor deze mensen kunnen doen. De landbouw is hun enige brons van inkomen. De kinderen die in de kleinste dorpsgemeenschappen zijn geboren en worden opgevoed hebben bijna geen kans om onderwijs te krijgen. Ze gaan niet naar school omdat het veel te gevaarlijk is om elke dag door het hoge struikgewas en gras te lopen. Er liggen heel veel slangen op de loer. Misschien is het in de toekomst mogelijk om iemand in deze dorpen te sturen die zijn of haar ‘social service’ moet doen. Verder is George van Shepherd’s Heart aan het onderzoeken hoeveel en of er überhaupt waterpompen in Saboba zijn. Hoe ver is het voor de mensen om water te halen? Hoeveel kleine dorpsgemeenschappen zijn er? Tot nu toe halen deze mensen hun water uit kleine rivieren of vangen regenwater op. Kleine kinderen sterven dan ook vooral door ondervoeding gecombineerd met slecht drinkwater.
Ik zal snel weer over Saboba berichten.
Met vriendelijke groeten,
Kerstin Hense-Buisman Voorzitter Stichting Straatkinderen Ghana
Donaties graag overmaken naar:
Rabobank Hoeksche Waard Rekeningnummer 1318.56.472 tnv Stichting Straatkinderen Ghana, Postbus 1596 3260 BB Oud-Beijerland | ||||